Blog

Wij zijn Plus. Wat betekent dat voor u?

De grootste zorgverzekeraar van Nederland – Achmea – heeft Wilskracht aangemerkt als PLUS-PRAKTIJK. Daar zijn we trots op. En vraagt u zich nu natuurlijk af: waar staat die Plus voor? [Leestijd 2-3 min]

Volgens de omschrijving van Achmea zijn Plus-praktijken de praktijken die aantoonbaar met kwaliteit bezig zijn. (Zie ook het filmpje van Achmea.)

“Plus-praktijken, dat zijn praktijken die

aantoonbaar met kwaliteit bezig zijn” – Achmea

 

Aantoonbare kwaliteit

Wat houden deze termen in op de werkvloer? Laten we starten bij ‘kwaliteit’.

Alle therapeuten van Wilskracht voldoen aan de volgende extra kwaliteitscriteria:

  • Ingeschreven in een erkend kwaliteitsregister én voldoen aan de vereisten van dit register
  • Intervisie met collega-therapeuten van andere praktijken
  • Patiëntdossiers beveiligd en inhoudelijk op orde
  • Werken volgens de nieuwst verschenen richtlijnen
  • Wetenschappelijk onderbouwde metingen van therapievoortgang
  • Hoge klanttevredenheid (de gemiddelde uitslag is zichtbaar in de praktijk en op de website)
  • Ontwikkelingsplan maken en uitvoeren naar aanleiding van de verkregen klantervaring
  • Zorgen voor een uitstekende praktijkruimte: hoge hygiënestandaard, complete informatie voorziening, jaarlijkse keuring van de oefenapparatuur en (brand)veiligheidsmaatregelen
  • En wij doen nog wat extra’s (lees verder op)

Plus staat ook voor ‘aantoonbaar’. Via continue toetsing tonen wij aan dat wij voldoen aan de gestelde criteria. Deze toetsing wordt gedaan door het Koninklijk Nederlands Genootschap voor Fysiotherapeuten (KNFG) en (in ons geval) Mediquest.

Wilskracht gaat verder dan Plus

De criteria voor Plus-praktijk laten dus vooral zien dat er sprake is van een structuur waarin veiligheid en kwaliteit een plaats hebben binnen de praktijkvoering. Dat is mooi, maar Wilskracht gaat een stap verder. Per kwartaal evalueren wij uw tevredenheid. Op basis van uw pluimen en verbeterpunten proberen wij de praktijk nog een beetje beter te krijgen. We nemen dit behoorlijk serieus. Daarom doen we dit met een onafhankelijk kwaliteitsmanager: Wim Stönner.

Conclusie

Kwaliteit is ons speerpunt. We zijn daarom blij met de Plus-certificering van Achmea. De Plus laat zien dat we aantoonbare kwaliteit leveren. Echter gaan we nog een stap verder door per kwartaal met uw pluimen en verbeterpunten aan de slag te gaan.

Wij hopen dat u ons ook als Plus ervaart.  Mocht opmerkingen hebben, dan horen wij het graag!

Officiële start voor Zaans reuma-/artrosenetwerk

Statuten deponerenEen historisch moment. Gisteren is het Zaanse Reuma- en Artrosenetwerk een feit geworden. Koen Liefting (voorzitter), Nanda Kroon (secretaris) en onze eigen Peter Middeljans (penningmeester) hebben de statuten van deze gloednieuwe vereniging gedeponeerd bij de notaris in Alkmaar. De drie bestuursleden zien hun uitdagende taak met veel plezier tegemoet. [leestijd: 3-4 min]

Wat is het reumanetwerk?

Fysiotherapeuten, ergotherapeuten, podotherapeuten en diëtisten uit de Zaanstreek hebben zich verenigd om de (para)medische zorg rondom de mens met reuma en/of artrose te optimaliseren. Vanaf maart 2017 moet het netwerk operatief zijn. Op dit moment wordt er achter de schermen nog hard gewerkt.

Wat gaat de meerwaarde van dit netwerk worden?

Het doel is de (para)medisch zorg te verbeteren. Daarom zijn is de groep bezig om de huidige richtlijnen en protocollen verdiepend te bestuderen. Omdat deze informatie is verouderd, wordt er ook nieuwe wetenschappelijke literatuur toegevoegd. Deze nieuw-vergaarde kennis wordt geïmplementeerd bij de aangesloten praktijken via een verdiepende cursus. De patiënt mag dus méér verwachten van een aangesloten therapeut dan van een niet-aangesloten therapeut.

Kunnen de patiënten nu al terecht?

Ja en nee. De praktijken die nu aangesloten zijn worden gekenmerkt door pro-activiteit en betrokkenheid bij de reuma-/artrosepatiënt. En dat is goed. Sommigen hebben zelfs al extra scholing gevolgd. Maar nog niet iedereen. Als iedereen goed op koers ligt, wordt het netwerk actief. Dan wordt ook naamsbekendheid gegeven aan het netwerk en welke praktijken betrokken zijn.

Zijn er ook artsen betrokken?

Ja, maar nog op de achtergrond. Wanneer het netwerk in functie is, worden de Zaanse reumatologen, huisartsen en orthopeden betrokken.

Wanneer hoort u meer?

Als de folder en website gereed is en de aangesloten therapeuten hun verdiepende cursus hebben gedaan, komt de website online en worden de folders uitgedeeld. Dat zal in maart 2017 zijn, is nu de planning.

Samengevat…

Het netwerk heeft zijn officiële start gemaakt. De ontwikkeling gaat vanaf hier verder. U gaat er meer van horen wanneer het netwerk in functie is.

 

Tekst en foto: Peter Middeljans

De Damloop heeft 8 valkuilen! Herken ze voor je start.

Ja, er zitten valkuilen in de Dam tot Damloop. Niet letterlijk natuurlijk, dat zou de organisatie niet toestaan. Figuurlijke valkuilen. In deze blog mijn tips als fysiotherapeut en ‘ervaringsdeskundige’ om jouw (eerste) Damloop gladjes te laten verlopen. [Leestijd: 5-7 min]

Valkuil 1: de kamikaze-loper

Een goede voorbereiding is niet het halve werk. Het is het héle werk. Die voorbereiding bestond natuurlijk uit training. Meters maken. Een gemiddelde schema vergt ongeveer 12 weken met 2-3 trainingen per week, of je nu gaat voor ‘uitlopen’ of een ‘PR’. Zo een periode trainen vergt commitment. Die keren dat je toch je schoenen aantrok ondanks dat je niet echt zin had, gaan zich nu uitbetalen. Maar niet iedereen kan die commitment opbrengen (blessures buiten beschouwing gelaten). Er zitten kamikaze-lopers tussen: mensen die een maand van te voren als een bezetene aan de slag gaan óf die in het voorjaar nog hun best deden, maar in de zomervakantie geen stap meer hebben verzet. Het gevolg is dat ze geen idee hebben in welk tempo ze de finish moeten bereiken. Het resultaat: wegspurten bij de start in een veel te hoog tempo, maar halverwege al gesloopt zijn en wegzakken. Doe niet met ze mee. Laat je niet opjutten in het begin van je loop en houd je ritme. Loop je eigen race in je eigen tempo. Kortom: doe wat je getraind hebt. Zet de kroon op je werk.

Valkuil 2: intensief trainen in je laatste week

Als je een trainingsschema volgt, dan is de laatste week een rust week. Geef je lichaam ook daadwerkelijk die rust. Ga op tijd naar bed, drink geen alcohol (als je dat al deed) en verzorg jezelf. Ten aanzien van dat laatste: knip je nagels en eet voldoende, maar ga geen rare fratsen uithalen die je normaal ook niet doet. Dus stop jezelf niet vol met multi-vitamines, eet geen bergen pasta of ga niet je nieuwe schoenen uitproberen (blaargevaar). Máár boven al: train amper! En niet-trainen is de laatste dagen lastiger dan je denkt, omdat je juist in die lekkere flow van training zit. Weersta de verleiding. Spaar je krachten. Je opgebouwde power en conditie vloeien in die rustweek echt niet weg hoor. Fiets wat, loopt wat losjes uit, maar ga zeker geen intensieve trainingen meer doen. Zo ben je fresh & eager bij de start.

Valkuil 3: de voorbereiding op de wedstrijddag

Op de loopdag moet je het hoofd vrij hebben voor lopen. Je wilt niet hoeven nadenken over wat je wilt ontbijten, hoe laat je trein gaat, waar je kleding moet inleveren, welke kleur je startvak is, hoe laat het startvak open gaat en of je nog wilt warmlopen. Het enige wat je die dag beslist is: wat doe ik aan? De meeste andere zaken zijn prima de laatste week VAN TEVOREN uit te zoeken. De organisatie heeft heel veel zaken makkelijk en duidelijk gemaakt, maar gaat je niet van je bed naar je startvak begeleiden. Tip: visualiseer hoe je ochtend gaat verlopen van bed tot start en zoek alles zo veel mogelijk van tevoren uit. Dat geeft rust op de dag zelf.

Valkuil 4: kleding voor en tijdens de loop

Je wilt op het moment suprême natuurlijk een beetje flitsend bijlopen. Ik snap ‘t. Laat echter vooral het weerbeeld je kleding bepalen, niet het modebeeld. Mijn vuistregel: zorg dat je het een beetje fris hebt bij de start. Dan kan je goed je hitte kwijt als je eenmaal rent. Experimenteer met kleding in je training. Houd bijvoorbeeld eens in een logboekje bij over wat je aanhad ook passend was bij het weerbeeld. Eén ding is zeker: in september kan het nog alle kanten op. Bang voor te sterk afkoelen of kouvatten in het startvak terwijl je wacht? Neem een plastic poncho of vuilniszak mee, die houd je wel warm en droog genoeg.

Valkuil 5: plassen onderweg

Als dan de grote dag is aangebroken en je zit in de trein (je ontmoet er al 10-tallen andere lopers) en dan gaat het feest beginnen. Het is heel normaal dat je door de adrenaline in je lijf een wat droge mond hebt. Niemand wilt dorst hebben tijdens het rennen en dus ga je drinken. Maar als je kort voor de start een zeer lichtgeel plasje hebt gedoneerd bij het eco-toilet, dan moet je je afvragen of die droge mond niet gewoon een beetje van de zenuwen is. Drink voldoende – zeker op warme dagen – maar een lichte plas betekent dat je voldoende bent gehydrateerd. Ga dan niet vlak voor je start nog meer water (of sportdrank) naar binnen slaan; je moet dan onherroepelijk vroeg in je wedstrijd al naar de kant. En dat is irritant hoor. Krijg je dorst onderweg? Negeer dat niet! Maak dan zéker gebruik van de drinkposten onderweg. Het kost je hoogstens een paar seconden, maar je voorkomt gezondheidsrisico’s (zeker op warme dagen).

Valkuil 6: de tunnel

Ja, die tunnel… De Damloop is er om bekend en berucht om. Vanwaar die commotie? Het zit volgens mij zo: in de adrenaline rush van de start bestaat het risico dat je tempo hoger ligt dan je eigenlijk had gepland. Dat is niet zo erg, maar zorg dat je een realistisch wedstrijdtempo hebt als je bij de tunnel aankomt (en dat is al vrij snel). Ga je namelijk in een te hoog tempo de tunnel door, dan ga je al een beetje verzuren. Daardoor wordt het voor je spieren moeilijker om verderop in de race je wedstrijdtempo vol te houden. Houd daarom je energieverbruik constant in de tunnel. Hoe doe je dat? Als je met hartslagmeter loopt, probeer dan zowel naar beneden als omhoog je hartslag constant te houden. Geen hartslagmeter? Let dan op je ademhaling. Als die een constant ritme heeft, dan is je energieverbruik ook constant. Praktisch komt het er op neer dat je je tempo aanpast. Is er nog een looptechniek? Jazeker. Bij het heuvelaf je lichaam lichtjes achterover laten hangen en voorkomen dat je al te grote passen maakt. Bij heuvelop de afzet vanuit je bovenbenen maken en (dus) niet vanuit je kuiten. Om dat te bereiken moet je je voeten zo vlak mogelijk op het asfalt zetten en vermijden om ver af te rollen op je tenen. Zo voorkomt je snelle verzuring. Maak jezelf deze technieken eigen door een paar keer bij een brug te oefenen.

Valkuil 7: 10K-punt

Het 10-kilometer punt staat bekend als (mentaal) zwaar punt. Wat is daar zo bijzonder? Eh, eigenlijk helemaal niets. De subjectieve zwaarte van dit punt heeft naar mijn idee ook gewoon met voorbereiding te maken. Er is een groep die tot 10 kilometer traint (of iets daar voorbij). De rest (6K) willen ze op karakter uitlopen. Bij het 10K-punt kom je dan jezelf tegen. Op dat punt is echter weinig publiek: je loopt namelijk door industrieterrein ‘Achtersluispolder’. Dus je moet het daar echt op ‘eigen kracht’ doen. Als je een goede voorbereiding hebt gehad is het echter geen probleem. Sterker nog: het is er wel lekker rustig en lekker ruim dus je kan er prima lopen zonder voor de voeten gelopen te worden.

Valkuil 8: een te vroeg ingezette  eindsprint

Nu wordt het toch een beetje een technisch praatje. Die 16,1 km loop je vooral op je aerobe-energiesysteem. Dat betekent dat je via zuurstof een ‘schone verbranding’ hebt in je spieren. Dat kan je lang volhouden. Een geoefende loper, kan precies op de grens van zijn aerobe-energie systeem lopen. Daardoor is hij/zij snel, maar kan het ook nog lang volhouden. Versnellingen daarentegen komen vanuit het anaerobe-energiesysteem. Dat systeem geeft power, maar geeft op den duur ook verzuring in de spieren. Hoe meer die verzuring toeneemt, des te minder de spier nog in staat is om aan te spannen. Conclusie: ga je dus te vroeg versnellen, dan verzuur je te vroeg en houd je je ingezette versnelling niet vol. Wat te doen? Het duurt ongeveer 2-3 minuten voordat je benen verzuurt zijn als je een eindversnelling inzet. Reken dus maar uit hoeveel meter voor de finish je kan versnellen. Voor iemand die 1 km in 5 minuten loopt is dat (1000/5=200 à x3 =) 600 meter. Dat is dus ongeveer ter hoogte van de Dam in Zaandam. De meeste mensen beginnen hun versnelling al aan het eind van de Zuiddijk. Te vroeg dus. Je snapt wat er dan gebeurd: een finish foto waarop je ternauwernood nog vooruit komt. En je wilt toch een beetje een representatief aandenken aan een gave wedstrijd, is het niet?

Vuilkuilen gedicht? Veel plezier!!

 

Tekst door:

Peter Middeljans, MSc

Snelste Damlooptijd: 1.16.59 (met eindsprint)

 

Manuele therapie, wat is dat eigenlijk?

7 vragen MT

Nu ik ben afgestudeerd als orthopedisch manueel therapeut (MSc), krijg ik regelmatig de vraag wat een manueel therapeut nu eigenlijk doet? Tijd voor antwoorden. [leestijd: 4-6 min]

1. Wat is het verschil tussen manuele therapie en fysiotherapie?

Als manueel therapeut ben je een gespecialiseerd fysiotherapeut. Dat betekent dat je éérst de opleiding fysiotherapie moet volgen, vóórdat je manuele therapie mag gaan studeren. Een manueel therapeut heeft dus extra kennis en vaardigheden. Je blijft trouwens ook ‘gewoon’ fysiotherapeut. Het is dus geen omscholing, maar een extra scholing.

2. Manuele therapie, dat is toch het ‘kraken’ van gewrichten?

Ja en nee. Als manuele therapeut heb je extra vaardigheden geleerd. Waaronder de High Velocity Low Amplitude Thrust (HVLA) technieken. Deze technieken staan beter bekend als manipulatietechnieken of ‘kraken’. Deze technieken mogen niet door een ‘gewoon’ fysiotherapeut worden gebruikt, omdat ze specialistische kennis en vaardigheden vereisen. Vandaar dat de manueel therapeut zich daarmee onderscheidt. Máár als manueel therapeut ben je ook dieper én breder geschoold op andere gebieden. Bijvoorbeeld in specialistische zenuwmobilisatietechnieken, trainings- en oefentherapie, gewrichtsmobilisaties en persoonlijke coaching. Kortom: de manuele therapeut kan méér dan alleen ‘kraken’.

3. Wat is dan orthopedische manuele therapie?

Het woord ‘orthopedische’ vóóraf aan ‘manuele therapie’ verwijst naar het type opleiding. Er zijn namelijk verschillende opleidingen tot manueel therapeut. De orthopedische manuele therapie wordt gedoceerd aan de Opleiding Master Fysiotherapie in Utrecht. Deze universitaire opleiding onderscheidt zich door kwaliteit. Ze is al twee jaar op rij beoordeeld tot beste Master Fysiotherapie van Nederland. We zijn dus trots om orthopedisch manueel therapeut te zijn.

4. Wat is het meerwaarde van manuele therapie voor de patiënt?

Manuele therapie is in zijn algemeenheid nuttig als er stijfheid of bewegingsbeperking is in gewrichten (eventueel gepaard gaande met pijn). Het positieve effect van manuele therapie is wetenschappelijk bewezen voor onder andere acute nekpijn en bij lage rugklachten. Belangrijk is wel dat manuele therapie een onderdeel hoort te zijn van een complete behandeling: dus inclusief bewegingsadviezen, huiswerkoefeningen en coaching. Dan benut je het volledige effect.

5. Lijkt manuele therapie op osteopathie en chiropraxie?

Ja en nee. Sommige behandeltechnieken komen overeen. Dat komt doordat zowel manuele therapie als osteopathie en chiropraxie dezelfde historisch oorsprong hebben. Máár er zijn ook een belangrijke verschillen. Het voornaamste verschil zit in de wetenschappelijke benadering van de manuele therapie. Dat heeft er voor gezorgd dat sommige behandeltechnieken binnen de manuele therapie niet meer worden toegepast, maar nog wel worden toegepast binnen de chiropraxie en osteopathie. Daarnaast zijn er in de manuele therapie nieuwe technieken toegevoegd op basis van recente ontdekkingen uit de wetenschap. Dit gebeurt praktisch niet binnen de osteopathie en chiropraxie. We durven daarom te stellen dat deze laatste twee behandelwijzen voortbouwen op hun traditie, terwijl manuele therapie zich ontwikkelt op basis van nieuwe feiten.

6. Valt manuele therapie onder de alternatieve geneeswijzen?

Nee, zeker niet. Orthopedische manuele therapie behoort tot de reguliere medisch zorg. De wetenschappelijke basis is een belangrijk voorwaarde daarvoor, vindt het Ministerie van Volksgezondheid. Omdat osteopathie en chiropraxie daar niet aan voldoen, vallen deze onder de alternatieve geneeswijzen. Ook orthomanuele therapie is alternatieve hulp. Je snapt, dit zorgt nog wel eens voor verwarring, omdat de naam erg lijkt op (onze) erkende orthopedische manuele therapie. Volg je het nog? Hoe dan ook: belangrijk om te onthouden is dat de orthopedische manuele therapie reguliere medische zorg is en daarmee voldoet aan gestelde kwaliteitseisen. Dat maakt trouwens ook uit voor uw vergoeding: bij alternatieve zorg geldt meestal dat u een eigen bijdrage hebt. Bij Wilskracht daarentegen wordt uw behandeling 100% betaald door de verzekeraar, mits u (voldoende) aanvullend verzekerd bent voor fysiotherapie/manuele therapie uiteraard.

7. Is manipuleren wel veilig?

Er is veel wetenschappelijk onderzoek gedaan naar de (bij)effecten van manipuleren. Voor een heel aantal klachten, waaronder acute nekpijn, is het nut van manipuleren wetenschappelijk bewezen. Ook de neveneffecten zijn bekend. Veiligheid moet altijd voorop staan. En dus is in de opleiding manuele therapie niet alleen ruimte voor het aanleren van vaardigheden, maar ook voor het klinisch redeneren en het bestuderen van wetenschappelijk onderzoek. Op die manier leert een manueel therapeut in welke situatie het nuttig en veilig is om te manipuleren en ook wanneer niet. Bij Wilskracht hanteren we de strengste normen.

Tot slot: sinds enige jaren is de opleiding Orthopedische Manuele Therapie geaccrediteerd tot internationaal erkende Master-studie. Wie na 2014 is afgestudeerd is naast manuele therapeut óók Master of Science (MSc). Vroeger zou dat doctorandus in de fysiotherapie heten, als zo een opleiding destijds had bestaan. Meer info? Kijk op de website Nederlandse Vereniging voor Manuele Therapie .

 

Tekst en afbeelding door:

Peter Middeljans, MSc

Orthopedisch Manuele Therapeut

 

Winnaar Polar M400 bekend!

De winnaar van de Polar M400 is bekend!

Alle 47 namen van de deelnemers in een kartonnen doos (ja, de doos van Peters fonduepan) en: husselen maar! Kijk snel of jij de winnaar bent geworden van het mooie sporthorloge!

Klik hier voor de video waarin de winnaar bekend wordt gemaakt!